Houd in gedachtenis
13 ADVENT – 1 – Zacharias en Elisabet Preek over Lukas 1:5-23 en 57-63 g e h o u d e n o p 2 2 d e c e m b e r 1 8 7 2 D E Heere zendt Zijn volk verlossing, maar Hij laat Zijn kinderen eerst lang wachten. Hij vergeet echter niet één van Zijn goede woorden.Wat Hij belooft dat doet Hij. Maar wij moeten tot versterking van ons hart en ons geloof niet in de eerste plaats zien op onze weg, de weg die God met ons houdt, want dan denken wij aan onszelf en onze weg. Nee, wij moeten zien op Gods weg, de weg waarlangs Hij de Zijnen steeds geleid heeft. Immers gaat het erom dat God geprezen wordt en als men blijft zien op hetgeen Hij met de Zijnen heeft gedaan, dan looft men Hem en wordt men gesterkt in de hoop: dat zal Hij ook aan mij doen! De grond van de leer moeten wij nooit zoeken in onszelf maar in het Evan- gelie, opdat wij zien hoe God regeert, hoe Hij Koning is, en vervolgens erkennen hoe voor Hem geen ding onmogelijk is. En dat wij daarom – waar alles faalt, en de vrouw van Job zegt: ‘Houd maar op, alles is vruchteloos!’ en de duivel daar amen op zegt: ‘Ja, houd maar op!’ – nochtans in Gods Woord hebben in te gaan, in Zijn heiligdom. Daar mogen we dit voor waarachtig en zeker houden: ‘Mijn God, Gij hebt alles in Uw hand en macht, en wat vraagt Gij naar het onmogelijke, naar wat heden gezien wordt? Op Uw tijd en uur betoont U Zich voorzeker altijd weer een waarachtige Heiland van hen die
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==