Houd in gedachtenis

18 harte zal nemen de prediking: ‘Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’ 17 en de prediking, waarin toch alles ligt opgesloten: ‘Zie, het Lam Gods!’ Deze woorden heeft hij bij zijn leven gesproken en het zijn blijvende woorden. De engel noemt de priester bij zijn naam: Zacharias! Och, of een kind Gods dat kon geloven, dat zijn naam die hij hierbeneden draagt, ook in de hemel bekend is! Zacharias en Elisabet worden bij hun naamgenoemd.Maria wordt eveneens bij haar naam aangesproken. En hoe begint nu het Evangelie? Vrees niet , zegt de engel, want uw gebed is verhoord . Zacharias zag de engel staan aan de rechterzijde van het reukaltaar.Daarmag geenmens, geen sterveling staan. Was eenmens daar gaan staan, dan zouhij terstond door het vuur verteerd zijn. Zacharias kan daaraan zien dat dezemenselijke gedaante die hij ziet, een engel is.Hij schrikt en grote vrees overvalt hem.Hoe komt dat? O, het lichamelijke en het hemelse gaan hier beneden niet wel samen. Dat komt door het gevoel van zonde en schaamte. De Heere alleenweet welke zondige gedachten deze man heeft gehad op het ogenblik dat hij bij het reukaltaar stond, omdat im- mers zijn gebed niet verhoordwas. Zo konZacharias dan niets anders denken dan: deze engel komt om mij te straffen en in de hel te werpen. Want zo is de mens als hij zich door en door zondig gevoelt: in plaats van zich op het Lam Gods te werpen, laat hij zich door de duivel schrik aanjagen! In plaats van de toevlucht te nemen tot het bloed van Jezus Christus, zegt hij: Laat mij begaan, laat mij begaan, doe geen moeite! Ik ben toch verloren, God hoort mij niet! Dat heeft de engel zeer goed geweten; want al weten de engelen niet de diepte van onze verlorenheid, zij weten toch – want de Vader in de hemelen zegt het hun – hoe het ons armen hierbeneden te moede is, en wat voor verkeerde gedachten er in ons kunnen opkomen. Gedachten die in een krankzinnigengesticht thuishoren. Daarom zei de engel: ‘Vrees niet!’ Dat werd ook gezegd tot de herders. Zo weten wij dus wat het Evangelie, als het tot demens komt, zegt tot wie vervuld is van schrik. Vrees niet, Zacharias ! zegt de engel, want uw gebed is verhoord ! Welk gebed? Het gebed om vergeving van zonden? Om de zekerheid van mijn zaligheid? Want waarlijk in mijn jeugd had ik veel meer zekerheid van mijn zaligheid dan nu! En zo bad ik dan om zekerheid vanmijn zaligheid dat mij de kroon bereidmoge zijn! Nee, Zacha- 17. Mattheüs 3:10, 2

RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==