Houd in gedachtenis
15 zij al de schapen laten vermageren en van zich gestoten, en hebben lekker geleefd van de wol der schapen! De hemel lacht, want de tijd is gekomen, de tijd van het welbehagen dat de Heere Zichzelf over Zijn arme schapen zal ontfermen, dat Hij een bode zal zenden om de weg te bereiden, opdat de Herder tot de schapen, het Lam Gods tot de lammeren zal komen. In vrese- lijke ernst zal Hij alles met het zwaard van Zijn mond verslaan wat zich in eigen kracht opblaast, maar de ellendigen zal Hij de boodschap brengen dat de Herder komt, Die met de moeden een woord – een woord van troost – ter rechter tijd weet te spreken. Vanwaar zal de wegbereider komen? Hij zal geen indringer zijn; hij zal een overgang vormen van Mozes op Christus. Hij zal van de priesterlijke stam zijn van vaders en moeders zijde, opdat hij voor de Heere God sta naar de orde van Zijn wet, opdat de schapen weten: hij is ons van God de Heere ver- ordineerd. Maar hoe gaat het toe, dat de arme, magere schapen op de weide komen? Nu, hoe gaat het toe, dat een verbrijzelde ziel tot rust komt? Hoe wordt het woord waar: ‘Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt, want de kinderen der eenzame zijn meer dan de kinderen der getrouwde!’ 11 Hoe wordt het woord waar: ‘Hij verhoogt de nooddruftige uit de drek om te doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen Zijns volks’, en: Hij maakt de onvruchtbare tot een blijde moeder van kinderen. 12 Dat gaat immers altijd zo dat een mens het Woord Gods ontvangt, tot de Heere roept, en veel verhoring vindt. Maar het lijden bereikt een zeker hoogtepunt, dan schijnt alles voorbij, en het is het ook, het gebed wordt prijsgegeven, de hoop wordt opgegeven, men doet alleen nog zijn plicht en volbrengt zijn taak, zoals ook Zacharias. Hij ging in de tempel om te reukofferen . Heeft hij nog aan zijn gebed gedacht? Heeft hij nog moed gehad om een zoon te vragen? Er staan immers twee dingen in de weg die een mens niet te boven kan komen, maar waarbij hij moet denken: het is immers dwaasheid zoiets nog van God te vragen! Hij is oud en zijn vrouw is ver op haar dagen gekomen .Wij mensen moesten toch het eerste vers van de Bijbel vasthouden: ‘In den beginne schiepGod de hemel en de aarde.’ Dat lezen wij, ja wij lezen hoe Hij op één dag zon en maan schiep en al de sterren rond gestrooid heeft.Maar wij letten daar niet op, want onze zaken, wat ons drukt en bezwaart, onze nesterijen vervullen ons hoofd en 11. Jesaja 54:1 12. Psalm 113:7 - 9
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==